![]() | Persoonlijk | ||
Een jaar of tien geleden stond dementie ver van me af. Bij het woord Alzheimer dacht ik aan het thema van een mooi, tragisch liedje van Youp van 't Hek. De intense leefwereld van de gesloten dementie-afdelingen in verzorgings- tehuizen kende ik in het het geheel niet. Als verslaggever berichtte ik met regelmaat over uitzonderlijke mensen, over unieke omstandigheden of over Kafkaiaanse scenario's die vanzelfsprekend altijd anderen overkwamen. Ik kon me dan de vrijheid permitteren hoofdschudden terug te rijden van zo'n interview en denken: hoe kan zoiets nu gebeuren? Het kan dus ook voorkomen in mijn eigen, intieme, vertrouwde omgeving. Nu ben ik ervaringsdeskundige tegen wil den dank, 'die zoon van een alzheimerpatiënt waar iets mee was'. Met mijn vader had ik een hechte band. Hij bemoeide zich niet serieus met de opvoeding. |
Hij was vooral kostwinner. Als student leerde ik hem opnieuw kennen. Er ging een wereld voor me open. Hij vertelde me van zijn geheime liefde van zijn leven die hij had ontmoet. Ik fungeerde als zijn plaatsvervangend geweten in het reserve- bestuur van zijn familiebedrijf, voor als hij er ineens niet meer zou zijn. Hij vertrouwde me al zijn medische verklaringen toe, inclusief een wilsbeschikking voor euthanasie. Na de diagnose Alzheimer nam ik hem nog twee keer mee op vakantie. Hij moest genieten, zolang het nog kon. En we spraken uitgebreid en langdurig over zijn toekomstige crematie en nalatenschap. Hij vertelde me precies hoe hij het wilde, nog onwetend van het misdrijf waaraan hij in zijn ziekte ten prooi zou vallen. Zijn ergste nacht- merrie is helaas waarheid geworden. Ik kan nu niet veel anders meer dan strijden in zijn geest. |
|
![]() |
||