| Nieuws
8 mei 2008
|
Een notaris is geen specialist of Alzheimer-deskundige, vindt staatssecretaris Ross-Van Dorp
Het
is alweer twee jaar geleden dat ex-staatssecretaris Clémence
Ross-Van Dorp van VWS, mede namens haar minister, antwoord gaf
op vragen van de PvdA-kamerleden Verbeet en Wolfsen, over
financieel misbruik van ouderen. Haar antwoorden waren buitengewoon
verstandig. Zou haar opvolgster Bussemaker zich hier al eens over
hebben uitgelaten? Het conservatieve deel van het notariaat heeft
namelijk niets met onderstaande uitlatingen namens het vorige kabinet.
Alleen jammer dat Ross-Van Dorp verwachtte dat het protocol voor
het controleren van de wilsbekwaamheid verdere bemoeienis overbodig zou
maken. Uit de jurisprudentie blijkt juist dat er nog altijd een fikse
kloof gaapt tussen samenleving en rechterlijke macht, en de opvattingen
van het broederschap KNB. En jammer dat de staatssecretaris geen
flauw idee heeft hoe vaak misbruik voorkomt, terwijl iedere deskundige
weet dat het aantal gevallen oploopt. Maar Van Dorp had in ieder geval
de juiste toon te pakken, dat mag ook wel eens gezegd worden. Iedere
vorm van beschaving ontstaat tenslotte pas na veel tegenwerking. Het is
te hopen dat mevrouw Bussemaker de vinger aan de pols blijft houden.Vraag
Is het waar dat jaarlijks minstens 5000 ouderen slachtoffer worden van
financieel misbruik? Zo ja, is bekend om hoeveel ouderen het precies
gaat? Zo neen, bent u bereid onderzoek te laten verrichten naar zowel
de omvang van de problematiek, als de oorzaken van het financieel
misbruik van vermogende ouderen? Antwoord
Er zijn geen exacte cijfers bekend omtrent slachtoffers van financieel
misbruik. Bij de registratie van misdrijven vindt geen categorisering
plaats naar leeftijd, laat staan naar vermogen. Op dit moment telt
Nederland meer dan 2 miljoen zelfstandig wonende 65-plussers. Uit
eerder onderzoek is gebleken dat bij 1.4% van alle zelfstandig wonende
65-plussers sprake is van financieel misbruik (Comijs 1999). Dit
betekent dat jaarlijks ruim 26 duizend zelfstandig wonende ouderen het
slachtoffer zijn van financieel misbruik. Dit misbruik uit zich op de
volgende manieren:
• wegnemen van geld, juwelen of andere bezittingen;
• profiteren;
• verkoop van eigendommen;
• misbruik van bankpasje en/of bankrekening;
• koop op naam van slachtoffer;
• gedwongen testamentverandering
Er zijn geen cijfers per delict bekend. Het aantal van 5000 per jaar is
afkomstig van een schatting van prof. dr. M.J.A. van Mourik, die
vermoedt dat er in elke notarispraktijk drie keer per jaar een
gedwongen testamentverandering plaatsvindt.
Uit de registratie van het Landelijk Platform Bestrijding
Ouderenmishandeling blijkt dat 37% van alle gevallen van
ouderenmishandeling financieel misbruik betreft.
Hoewel er dus geen exacte cijfers beschikbaar zij, zijn er wel adequate schattingen. Nader onderzoek is thans niet opportuun. Vraag
In hoeverre gaat het om ouderen die lijden aan de ziekte van Alzheimer en/of wilsonbekwaam zijn? Antwoord Er
zijn geen cijfers bekend die inzicht geven in een directe relatie
tussen financieel misbruik en het lijden aan de ziekte van Alzheimer of
andere gebreken die leiden tot wilsonbekwaamheid.
Uit de registratie van het Landelijk Platform Bestrijding
Ouderenmishandeling blijkt dat de gemiddelde leeftijd bij meldingen
ouderenmishandeling 80 jaar is. 11% van alle slachtoffers is 90 jaar of
ouder. De meeste slachtoffers zijn niet bij machte om ‘tegenwicht’ te
bieden. Dementie kan hiervan een oorzaak zijn, maar ook andere
ingrijpende chronische ziekten zoals CVA (beroerte), depressie,
angststoornissen, rheuma. Met name dementie, angststoornissen en
depressie zijn ziekten die zelfs door medische professionals niet
eenvoudig te herkennen zijn. Het is daarom niet te verwachten dat een
notaris dat wel kan.
Het gaat niet alleen om wilsonbekwaamheid, maar om anderszins uiterst
kwetsbare ouderen. Hoogstwaarschijnlijk is er wel een direct verband
tussen gedwongen testamentwijzigingen, misbruik van bankrekening en
koop op naam van slachtoffer en het feit dat het slachtoffer dementeert
en alleen woont. Vraag
Hoe oordeelt u over de uitspraken, dat notarissen – gezien de
frequentie waarmee zij met testamentwijzigingen en andere financiële
handelingen van doen hebben waarbij ouderen betrokken zijn, in meer of
mindere mate overzien wat de consequenties zijn van deze juridische
handelingen – en dat het schokkend is dat er zoveel inschattingsfouten
worden gemaakt? Bent u bereid maatregelen te treffen om het aantal
inschattingsfouten door notarissen te reduceren? Zo ja, welke? Antwoord
De mogelijkheid om een laatste wil te bepalen moet voor iedereen
openstaan. Het is de taak van de notaris om bij het opstellen van een
testament vast te stellen of de wilsuiting van de testateur onder vrije
wil tot stand is gekomen. Daarbij zal de notaris in de regel door een
gesprek (of gesprekken) vaststellen of de betrokkene in staat is de
gevolgen van zijn of haar wilsuiting te overzien. Ik merk daarbij op
dat het niet in alle gevallen mogelijk is om in een gesprek vast te
stellen of een persoon aan de ziekte van Alzheimer lijdt en in welke
mate dit de wilscontrole en beoordelingsvermogen beïnvloed. In gevallen
waarin de notaris twijfelt aan de wilsbekwaamheid van de testamentair
of de omstandigheden waaronder die wil is gevormd, dient hij nader
informatie in te winnen en indien de twijfel blijft bestaan zijn
diensten te weigeren. Er zijn geen concrete cijfers bekend over
inschattingsfouten van
notarissen in relatie met wilsonbewaamheid. De notarissen gaan op zeer
korte termijn werken met een door de Koninklijke Notariële
Beroepsorganisatie (KNB), onder andere in samenwerking met de Stichting
Alzheimer Nederland, vastgesteld protocol inzake het vaststellen van de
wilscontrole. Ik zie nu geen reden tot het treffen van aanvullende
maatregelen. Vraag
Deelt u de mening dat in de opleiding van notarissen voldoende aandacht
wordt besteed aan de beroepsethiek en aan het vermogen van de notaris
de handelingsbekwaamheid en het bewustzijn van een oudere dient in te
schatten? Zo ja, waarom? Zo neen, waarom niet en wat gaat u ondernemen
om dit te verbeteren? Antwoord
Ja, volgens informatie van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie
(KNB) wordt in de drie-jarige postdoctorale beroepsopleiding zowel
theoretisch als praktisch uitgebreid aandacht besteed aan beroepsethiek
en gespreksvaardigheden. In het eerste jaar wordt 15 uur besteed aan
genoemde onderwerpen, in het tweede/derde jaar wordt nogmaals 12 uur
besteed aan vakethiek en moraliteit. Ook gesprekstechnieken (onder meer
met ouderen) worden daarbij praktisch geoefend.
Vraag Hoe
vaak komt het voor dat in strijd wordt gehandeld met artikel 953, Boek
5 van het Burgerlijk Wetboek? Hoe oordeelt u over de huidige wettelijke
bescherming van ouderen tegen artsen, verzorgers en verplegers, die
gedurende de behandelingsperiode al dan niet via geestelijke druk,
afdwingen dat zij (een deel van) de erfenis bemachtigen? Antwoord Hierover
zijn geen gegevens bekend. Echter op grond van artikel 4:59 BW kunnen
beroepsbeoefenaren op het gebied van de individuele gezondheidszorg,
die iemand gedurende de ziekte waaraan hij is overleden, bijstand
hebben verleend alsmede de geestelijk verzorgers die hem gedurende die
ziekte hebben bijgestaan geen voordeel trekken uit de uiterste
wilsbeschikkingen die zodanig persoon gedurende de behandeling of de
bijstand te hunnen behoeven heeft gemaakt. Op grond van artikel 4:62 is
een uiterste wilsbeschikking in strijd met artikel 4:59 immers
vernietigbaar. |