logo

Mijn vader heeft 'beddagen'


4 december 2009

Vreemd genoeg was het niet eens een schokkende ontdekking, dat mijn vader tweemaal per week een ‘beddag’ heeft. ‘Beddag’, dat klinkt eerder vertederend dan ernstig. Op een beddag wordt mijn vader niet aangekleed, in zijn rolstoel gehesen en in de gemeenschappelijk huiskamer van zijn afdeling in het verpleegtehuis gezet. Nee, dan wordt hij in zijn bed naar de huiskamer gereden om daar zo liggend de dag door te brengen.
Ik had, inmiddels al redelijk wijs geworden in de wereld van de zorg, had al eens van ‘pyjamadagen’ gehoord. Dat was even in de mode, leek het wel.
Er werd na ‘de ontdekking’ ophef over gemaakt, schande over gesproken, maar toen het stormpje voorbij was geraasd en iedere krant of tijdschrift jammerkoppen afdrukten om hun verontwaardiging hierover te uiten, was het mediavlammetje van ‘pyjamadagen’ even snel weer gedoofd.
De ‘pyjamadagen’ zelf zijn niet verdwenen. En niet alleen omdat het zo’n prettig woord is om te leggen bij scrabble, met drie keer woordwaarde. Het probleem is eerder verergerd als verminderd. Maar het nieuwtje is er wel af.

Ik had recentelijk nog geen weet van het fenomeen ‘beddagen’. Ik kwam er toevallig achter, bij een onverwacht bezoek aan mijn vader. Ik ben weliswaar de medisch gevolmachtigde van mijn vader, maar dat betekent kennelijk niet dat je dan hoeft te weten dat hij ‘beddagen’ heeft. Die kennis ligt in het toeval beschoren.
Het klinkt ook wel vrolijk. Beddagen. Het doet me denken aan schoolziek zijn. Als ouders een oogje toeknijpen in het volle besef dat hun kind van een verkoudheidje een zware griepdrama maakt, in een pyjamaatje met een dekentje voor de tv gaat liggen met warme chocomel om mooie jeugd- en natuurfilms te kijken, dan mag het kind stiekem genieten. Als mama langskomt gaat zo’n kind dan even overdreven hoesten, om maar met overtuiging te benadrukken dat aankleden en naar school gaan echt niet mogelijk is. De hele dag lekker in je pyjama, zonder prestatiedruk, in huis ronddarren en verwend worden: jongens, dat waren nog eens tijden.

Het verpleegkundigen van mijn vader vallen werkelijk niets te verwijten. Integendeel. Ik zeg dit zonder cynisme of ironie. Ze werken zich een slag in de rondte, zonder dat ze hiervoor voldoende worden gewaardeerd of gehonoreerd. Ik besef hoeveel energie en kracht het kost om mijn vader te verschonen, te verkleden en in zijn rolstoel te hijsen. Er is niet voor niet een ARBO-wet. Mijn vader is zwaar geworden. Hij is zover in een andere wereld dat hij niet meer mee kan geven. Mijn vader is schier onmogelijk te verplegen, en toch doen de verpleegkundigen dit naar hun beste vermogen. Maar dat het ergens ophoudt, als je maar met drie vrouwen een hele afdeling met tientallen zwaar dementerenden moet overeind moet houden, dat is volkomen logisch.
De politieke woordvoerders, de directies en de verpleeghuiscorporaties verzekeren ons allen keer op keer dat er geld genoeg gaat naar de zorg.
Het moet alleen beter worden verdeeld. Dit argument wordt al jaren vruchteloos gehanteerd. Het maakt iedereen monddood. Het slaat elk wapen uit handen. Hoe het anders verdeeld moet worden, daar gaat de politiek niet over.
Dat is aan de managers in de zorg. Deze managers laten zich niet graag in de kaarten kijken. Daar krijgt niemand echt inzicht in. Maar hoe er beknibbeld moet worden op de meest elementaire dagelijkse behoeften, dat valt niet te verbergen. Soms gaat het zover, dat de koekjes bij de thee niet smaakvoller mogen zijn dan droge mariakaakjes.
Wij, de samenleving, laten zelden een krachtig protest horen. Zeker niet massaal. Wij vinden nu minaretten belangrijker. Of een reisje voor probleemjongeren naar New York. Of dat we in pot 1 of 2 geplaatst worden voor het WK Voetbal. Daarover verheffen we onze stem.
Ouderen zijn te zwak om de straat op te gaan. Dementerenden kunnen niet eens de straat opgaan. Verzorgenden hebben geen tijd om te protesteren.
Zij hebben het te druk met zorgen, elke dag.
Mijn vader, nog niet zo lang geleden zelfstandig, vrijgevochten ondernemer, heeft nu beddagen. Tweemaal per week. Er zijn momenten dat ik dankbaar ben dat hij hier geen flauwe notie meer van heeft.

Philip Kooke

© 2009 alzheimermisbruik.nl | home