logo

Kamervragen over 'bejaarde prooien' achteloos afgeraffeld door staatssecretaris Fred Teeven


5 april 2011

Het was een even onthutsend als herkenbaar artikel in het Kerstnummer van Elsevier onder de kop: ‘Bejaarde Prooien’.  Het aantal bejaarden die lijden aan alzheimer neemt explosief toe, het financieel misbruik van dementerenden is een groeiend probleem. Notarissen worstelen met de vraag of bejaarde cliënten wel in staat zijn een testament op te maken. Als alles verkeerd gaan,
is het nu vrijwel onmogelijk om dit terug te draaien.

Het artikel legt bloot dat dit een steeds groter probleem aan het worden is in de samenleving. Dat bleef niet onopgemerkt bij de Tweede Kamerleden Recourt en Klijnsma van de PvdA. Naar aanleiding van het verhaal in Elsevier stelden zij hierover op 4 maart jl. een aantal Kamervragen aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, Fred Teeven.
De VVD-bewindsman maakte zich, blijkens zijn antwoorden van 22 maart jl., met een jantje-van-leiden vanaf. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat een ambtenaar even snel de huidige regeltjes heeft gekopieerd, om zich snel van deze vragen af te maken. Teeven blijkt geen kaas te hebben gegeten van de weerbarstige praktijk in deze materie. Maar oordeelt u zelf…

Vraag 1
Kent u het artikel ‘Bejaarde prooien’?

Antwoord:
Ja.

Vraag 2
Deelt u de mening dat financieel misbruik van kwetsbare ouderen een
probleem is en, gezien de vergrijzing, een groeiend probleem? Zo ja,
hoeveel mensen worden er naar schatting jaarlijks slachtoffer van
financieel misbruik vergelijkbaar met de casus, zoals besproken in het
bovenbedoelde artikel? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Kwetsbare ouderen lopen een verhoogd risico om slachtoffer te worden van financieel misbruik. Aangezien ik niet beschik over cijfers die aangeven om hoe veel ouderen het per jaar gaat kan ik niet bevestigen dat er sprake is van een toename van slachtofferschap in deze groep. 

Vraag 3
Hoe is de zorgplicht van notarissen ten aanzien van de bescherming van
ouderen, die een testament willen wijzigen of met een
machtigingsverzoek komen, geregeld? 

Antwoord:
De notaris heeft conform de Wet op het notarisambt de plicht om te controleren of er sprake is van wilsbekwaamheid op het moment dat iemand een testament opstelt of laat opstellen door de notaris. Daarbij is van belang dat een persoon in staat is om zijn vrije wil te uiten. Binnen redelijke grenzen kan de notaris daarbij onderzoeken of een persoon niet lijdt aan geestelijke stoornissen of wanen dan wel dat een persoon onder druk van derden handelt. Het protocol “Beoordeling wilsbekwaamheid vastgesteld” van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie helpt daarbij. 

Vraag 4
Is het waar dat rechters “zeer terughoudend [zijn] in het nietig verklaren
van testamenten”? Zo ja, deelt u de mening dat ook daarom een notaris
bij het opstellen van een testament bijzonder zorgvuldig te werk dient te
gaan? Zo nee, waarom niet? 

Antwoord:
Een testament is een laatste wilsverklaring van iemand. Het past daarbij dat van overheidswege zeer terughoudend wordt opgetreden om deze wilsverklaring te vernietigen. Alleen indien blijkt dat de uitvoering van een testament in strijd is met de wet of de goede zeden ligt vernietiging voor de hand. Het spreekt voor zich dat een notaris bij het opstellen van een testament de daarbij de benodigde zorgvuldigheid in acht dient te nemen.

Vraag 5
Kent u het Protocol “Beoordeling wilsbekwaamheid vastgesteld” dat is
opgesteld door de beroepsgroep?

Antwoord:
Ja.

Vraag 6
Bent u van mening dat dit protocol voldoende is om wilsbekwaamheid bij
ouderen vast te stellen? Zo ja, hoe verhoudt zich dit dan tot het aantal
bekende gevallen waarbij achteraf door de rechter of in een tuchtzaak is
vastgesteld dat de notaris ten onrechte was uitgegaan van de
wilsbekwaamheid van zijn cliënt? Zo nee, hoe zou dit protocol aangepast
moeten worden?
 

Antwoord:
Ik ben van oordeel dat het protocol voldoende houvast biedt voor een zorgvuldige behandeling door de notaris. Het protocol geeft aan welke redelijkerwijs te nemen stappen en overwegingen nodig zijn voor een zorgvuldig proces. Dat laat onverlet dat er zich in de praktijk gevallen voordoen waarin, ook als het protocol is gevolgd, achteraf wordt geconstateerd dat er geen sprake is van wilsbekwaamheid. Het signaleren van gebreken in de wilsbekwaamheid kan onder omstandigheden buitengewoon lastig zijn voor de notaris.

Vraag 7
Wat vindt u van het in het artikel gestelde dat het protocol “meer bedoeld
(lijkt) voor de bescherming van de notaris dan van de cliënt”? 

Antwoord:
Ik deel de stelling niet. Uiteraard is het ook voor de notaris van belang dat hij zorgvuldig handelt in verband met zijn beroepsaansprakelijkheid. Primair is het protocol bedoeld om de notaris te helpen een zo zorgvuldig mogelijke afweging te kunnen maken bij het opstellen van testamenten indien wordt getwijfeld aan de wilsbekwaamheid van degene die een testament opstelt. Dat is zowel in het belang van de cliënt van de notaris, als van de erfgenamen en de notaris.

Vraag 8
Deelt u de mening dat het genoemde protocol geen leidraad maar een
voor de beroepsgroep voorgeschreven richtlijn zou moeten zijn? Zo ja,
hoe gaat u dit uitvoeren? Zo nee, waarom niet?

Vraag 9
Kan een wettelijke verankering van het protocol of delen daarvan
bijdragen aan het voorkomen van genoemd misbruik? Zo ja, hoe en
wanneer gaat u dit regelen? Zo nee waarom niet?

Antwoord:
Het formaliseren van het protocol biedt op zich geen extra waarborg voor een zorgvuldige behandeling door de notaris. Het protocol biedt voor de notaris een leidraad voor het maken van een complexe afweging, die voor een deel buiten zijn beroepsmatige expertise kan liggen. De tuchtrechtelijke en civielrechtelijke consequenties bij niet zorgvuldig handelen door de notaris vormen een afdoende prikkel tot naleving van het protocol. 

Een andere staatssecretaris, Marlies Veldhuijzen van Zanten, bleek onlangs als ex-verpleeghuisarts veel beter op de hoogte van deze problematiek. Vergeleken bij haar expertise zijn bovenstaande antwoorden van Teeven het best te kwalificeren als een haastig geproduceerd staaltje van desinteresse.

Ik ben reuze benieuwd of de Kamerleden Recourt en Klijnsma zich met deze inhoudsloze kluitjes in het riet laten sturen, of dat ze op hun Kamervragen ook Kamerantwoorden verlangen.

Philip Kooke

© 2011 alzheimermisbruik.nl | home