logo alzheimermisbruik.nl


Nieuws


18 april 2008

 s

Vaders lijf geeft niet op 

Mijn vaders lijf is nog altijd opmerkelijk sterk. Dagelijks wordt hij door verpleegkundigen gewassen, gekleed en in een rolstoel gehesen. Makkelijk is dat niet, want mijn vader is in een permanente staat van versuffing, hij heeft een forse gestalte terwijl de verpleegkundigen veelal ranke dames zijn, hij geeft bepaald niet meer mee bij de bewegingen en hij kan ineens een kreet slaken waar zelfs de meest doorgewinterde professional van opkijkt.

Maar zijn lichaam houdt nog steeds stand. In het verzorgingstehuis brengt hij zijn dagen door in de zogenaamde 'huiskamer'. Daar zitten dementerenden in de verschillende stadia van de ziekte bij elkaar. Mijn vaders lichaam houdt het zo goed, omdat zijn stamreflex tot eten intact is. Als eten zijn mond nadert, gaan zijn lippen automatisch van elkaar. Goed en lekker eten was ook al een hobby van mijn vader voordat de ziekte bezit nam van zijn hersenen. Nu is het, vermoed ik, zijn enige genot. Zijn smaak is wel veranderd. Hij heeft weer de papillen van een kind. Eten kan het niet zoet genoeg zijn. Chocola verorbert hij als ware hij een vrouw met onherstelbaar liefdesverdriet.

Nee, van communicatie komt het niet meer. Ik zou graag willen zeggen dat hij me nog herkent, maar dat zou zelfbedrog zijn. Mijn vader is allang in een andere, onbereikbare wereld.

Ik ben er zojuist weer op bezoek geweest. Naast mijn vader zat een sympathieke oudere mevrouw, die voor een aantal dagen haar dinervoorkeur mocht opgeven aan een jonge verpleegster. Bij het horen van de zinsnede "gebraden spercieboontjes" schoot deze vrouw in een slappe lach die drie kwartier aanhield. Het werkte aanstekelijk op me. En omdat ik om haar moest lachen, schoot zij weer in de lach van mij.
Heimelijk vroeg ze aan de verpleegster of ze mij een vraag mocht stellen. "Ik denk het wel", zei het meisje in haar witte verpleegstersjas, die vanwege het invullen van het eet-weekschema een half uur achter op schema raakte. "Wil hij me wel een kusje geven?" De oude vrouw keek er ondeugend bij.
Ik redde me eruit door te zeggen dat ik daar vast geen toestemming voor kreeg."
"Jammer, maar ik kon het toch gewoon proberen", zei ze. Logisch.
Daarna mocht ze haar stukje vlees voor zondagavond uitkiezen. "Met jus, want zonder jus geen vlees",
zei ze stellig. Dat zei haar moeder vroeger al.
En gebraden spercieboontjes natuurlijk. Ze stikte bijna in haar lach, die meer dan een kwartier aanhield.
Mijn vader reageerde niet. Hij kende de grap al, vermoed ik.

© 2008 alzheimermisbruik.nl | home