![]() | 8. Moet er veel veranderen aan de huidige praktijk? | ||
| Er
moeten twee dingen veranderen om het misbruik zoals bij mijn vader
is geschied, te voorkomen. Het eerste is: een mentaliteitsverandering bij een deel van de notarissen. Het conservatieve deel van hen, met de veroordeelde ex-notaris van mijn vader als extreme exponent daarvan, meent nog altijd dat de notaris als enige verantwoordelijk is voor de vaststelling of zijn of haar cliënt wilsbekwaam is. Als die uitkomst wordt betwist, mag dat van hen ook niet worden aangevochten. De ex-notaris van mijn vader betoogde voor het Gerechtshof dat de Kamer van Toezicht (het eigen tuchtorgaan van notarissen) op dit punt helemaal het recht niet heeft om zijn beoordeling van mijn geesteszieke vader te toetsen. Gelukkig oordeelde zowel de Kamer van Toezicht als het Gerechtshof anders, maar er zijn nog altijd notarissen die vinden dat ze qua toetsing boven elke wet verheven zijn. Dit is niet minder dan een misstand. Deze krankzinnige gedachtengang levert beroepsfouten, blunders, vele slachtoffers en oneindig veel tuchtzaken op. Als echte deskundigen als geriaters, psychologen, psychiaters, wetenschappers en neurologen er maanden van onderzoek voor nodig hebben om iets zinnigs te kunnen zeggen over de wilsbekwaamheid van dementerenden en andere mensen met ziektebeelden die de vrije wil kunnen aantasten, hoe kan een notaris dat dan klaren in een dagdeel? Of wellicht twee dagdelen? Of vooruit, ook nog even met een toeziend oog van een collega-notaris, die ook geen deskundigheid heeft? Een kind kan begrijpen dat een notaris, of iedere andere niet-deskundige, in zo'n korte tijdspanne niet door façadegedrag heen kan kijken. Of sektarisch gemanipuleer kan ontdekken. Een notaris mag zichzelf niet in staat achten tot een medische deskundigheid, waar de echte deskundigen pas na een buitengewoon lange studie iets over durven te zeggen. Want het is en blijft een medische deskundigheid of iets te zeggen over de wilsbekwaamheid van een cliënt. "Ja maar", zei de voorzitter van de broederschap me onlangs in een radioprogramma, "de ene dag kan iemand wilsbekwaam zijn en de volgende dag weer niet!" Precies. Daar had ze gelijk in. Maar wie bepaalt dat? Toch niet de notaris, of iemand anders zonder deskundigheid? | Je
hoeft niet eens een karikatuur te maken van deze materie om te
constateren dat het op deze manier een rampzalig gokspelletje wordt
wie wel en niet akten mag ondertekenen. Deze uitspraak bevordert tevens
'shopgedag' onder notarissen. Als de ene notaris vindt dat je
wilsonbekwaam bent, geen nood! Dan hoppen we gewoon door naar de
volgende die het geld wat harder nodig heeft. Die vindt dan toevallig
dat de betreffende demente cliënt wél een goede dag heeft. Het treurige
is dat
terwijl er een groep goede notarissen wel inziet dat deze houding niet
vol te houden is en dat toetsing van de handelwijze bij iedere
beroepsgroep nu eenmaal onontbeerlijk is in een transparante
samenleving, er ook
een hardnekkige en hardleerse groep is die met een lekenverstand toch
op vele terreinen deskundig willen zijn. Ook al is er een
gigantische kloof tussen hen, en de
samenleving en de politiek en de daaruit voortvloeiende jurisprudentie:
ze blijven dwars in hun verzet. Het tweede dat moet gebeuren is veel concreter. Een dementerend persoon is niet per definitie wilsonbekwaam, al is het niet aan een leek als de notaris om dat te bepalen. Er moet bijzonder zorgvuldig met deze beoordeling worden omgegaan. Het gaat over de nalatenschap van mensen. Geld is daar maar een klein en niet eens zo'n belangrijk onderdeel van. Het gaat veelal om een ouderlijk huis, een identiteit, afkomst, ontworteling. Het gaat om kwesties die voor generaties een eminent bepalende invloed in hun leven zullen hebben. Daar mogen geen fouten in worden gemaakt. Zoals notarissen in de praktijk thans werken, is dat risico buitengewoon groot. Lees de tuchtrechterlijke uitspraken er maar op na. Er zal dus op enig moment een toetsingsmoment bij moeten komen. Als er twijfel is bij een notaris, mag hij een akte niet laten passeren. Dat is in theorie nu al een gulden regel, maar in de praktijk is het een wassen neus. Het meest wijze zou zijn dat er een commissie in het leven wordt geroepen waarin echte deskundigen zitting nemen, mensen die hun sporen hebben verdiend op het gebied van dementieziekten, en die na zorgvuldig onderzoek een afgewogen advies uitbrengen. Natuurlijk heeft ook dit voeten in de aarde en kost dit misschien enkele weken of maanden, maar het is zonder enige twijfel te verkiezen boven het Russich roulettesysteem dat sommige notarissen nu in de praktijk hanteren. | ||