![]() | 5. Hoe zijn de reacties op het boek? | ||
| Overweldigend.
Zeker na het eerste publicitaire golfje heb ik er wekenlang een dagtaak
aan gehad om alle reacties van een antwoord te voorzien. Natuurlijk hebben veel mensen uit de kennissenkring en de woonomgeving van mijn vader gereageerd. De meesten van hen voelden wel nattigheid, maar konden er niet de vinger op leggen wat er nu precies niet klopte. Nu wel. Er kwamen ook veel mails en brieven van mensen uit het verleden van mijn vader. Ze waren zonder uitzondering betrokkenen van toon. De briefschrijvers waren ontdaan, maar hartverwarmend. Ik vond het ontroerend dat ze de moeite hebben genomen hun gevoelens met me te delen. Dan is er een categorie: voorheen onbekende betrokkenen bij Alzheimerpatiënten en dementerenden die van dichtbij ongeveer hetzelfde hebben zien gebeuren. Sommigen zijn nog steeds verdoofd en in de rouw, ook al zijn er sinds het misbruik inmiddels jaren gepasseerd. Achter de voordeur en achter de gesloten gordijnen blijkt de verslagenheid in de loop der jaren zelden te slijten. Integendeel. Anderen voelen zich ontkend, gefrustreerd en onmachtig omdat er onvoldoende middelen in onze rechtsstaat zijn om het misbruik aan te vechten of ongedaan te maken. De bewijslast om aan te tonen dat een patiënt niet wist wat hij of zij op het moment dat iemand anders zich gewetenloos verrijkte aan de hulpeloosheid van een ander, ligt in dit geval altijd bij een derde. Dat is lastig. Misbruikers en hun vertegenwoor- digers maken daar gretig gebruik van. De reacties uit deze categorie zijn buitengewoon bevredigend en bemoedigend: ze hopen allemaal dat het door de publiciteit moeilijker zal worden om geesteszieke mensen op te lichten, ook al is het voor henzelf - en de zaak die hen zo bezig houdt - te laat. | En,
off the record, krijg ik natuurlijk ook reacties van juristen, artsen,
notarissen, rechters, hulpverleners, mantelzorgers, verpleeg- kundigen:
mensen uit de praktijk. Wat zij mij persoonlijk vertellen staat vaak op
gespannen voet met de officiële reacties in de media van de
beroepsorganisaties. Wat ik van hen verneem is dat het in de dagelijkse praktijk geen prioriteit is om het misbruiken van dementerenden tegen te gaan. Alleen druk vanuit de media of politiek noopt de beroepsorganisaties tot een standpunt. Ze maken zich meer zorgen over hun imago dan over het misbruik zelf. Juristen zeggen dat ze steeds meer meldingen krijgen, rechters zeggen dat betrokkenen veel meer op hun hoede moeten zijn, artsen zeggen dat ze met handen en voeten gebonden zijn aan regeltjes, individuele notarissen zeggen dat de huidige vrije markt tot veel meer onzorgvuldigheid en uitwassen leidt en hulpverleners en verpleegkundigen herkennen de patronen van het misbruik regelmatig, maar kunnen er in de praktijk ook niet zoveel aan doen. Meldingen vinden hun leidinggevenden vaak 'lastig'. Misbruik van Alzheimerpatiënten blijkt een omvangrijke kwaal in deze samenleving te zijn, waartegen nauwelijks afdoende medicijnen voorradig zijn. | ||