logo1. Hoe zou je vader het vinden dat er een boek over hem geschreven is,
als hij nog gezonde hersens zou hebben?

Deze vraag was van essentieel belang voor ik aan het boek begon. Het is een vraag die me heel lang heeft bezig gehouden. Ik ben ervan overtuigd dat mijn vader, als hij zijn oorspronkelijke verstand had gehad, trots geweest zou zijn op dit boek.
Mijn vader is zijn leven lang eigen baas geweest.
Hij koesterde zijn onafhankelijkheid. Maar privé was hij een loner. Hij deelde zijn gevoelsleven maar met enkelen. Voor kennissen, collega's en bekenden nam hij een afstandelijke rol aan. Hij had altijd het gevoel dat als mensen te veel over hem wisten, hij te kwetsbaar zou worden. Daarom duurde het vreselijk lang voor hij mensen in vertrouwen nam.
Toen mijn vader de liefde van zijn leven ontmoette, moest dat geheim blijven. Ze hadden daar beiden belang bij, om sociaal te kunnen blijven functioneren in hun eigen omgeving.
Daarom schreef mijn vader veel liefdesbrieven aan haar. Daarin staat zijn hele levensgeschiedenis beschreven. En zijn commentaar daarop. Mijn vader maakte er een kopie van voor hij ze wegstuurde. Samen met haar brieven levert dit een uiterst waardevolle, eerlijke levensgeschiedenis op van mijn vader. Hij vertelde mij er uitvoerig over. Hij gaf me de enige kopie van de sleutel van de bewaarplek.
Ik moest er als schrijver/journalist wat mee doen, zei hij, voor als hij er niet meer zou zijn. Omdat ik als enige wist waar de brieven werden bewaard, zou ik met die sleutel zijn meest waardevolle schat in bezit moeten krijgen als er iets met hem zou gebeuren.
De achterliggende gedachte van mijn vader was dat ik dan op termijn begrijpelijk zou kunnen maken aan vrienden en familie waarom hij bepaalde keuzes had gemaakt, die tijdens zijn leven niet altijd werden  begrepen.
Maar alzheimer veranderde mijn vader, zijn brievencollectie is in verkeerde handen gevallen.
Wat daarmee is gebeurd, moet voor mijn gezonde vader een horrorscenario zijn geweest. Maar gelukkig kan ik zijn oorspronkelijk gedachten nog verwoorden.

Maar dat persoonlijk motief is vanzelfsprekend niet los te zien van het principiële. Mijn vader bewonderde mensen die publiekelijk ergens voor stonden. Mensen die opkwamen voor hun overtuiging en zich niet lieten beïnvloeden door 'hoe de omgeving reageerde' of 'wat de goegemeente van ze vonden'.
Hij bewonderde deze eigenschappen zo, juist omdat hijzelf van nature een pragmaticus was. Mijn vader ontweek elk conflict, vermeed confrontaties en moeilijke contacten.
Maar hij moedigde mij altijd aan om principiële journalistieke standpunten te vuur en te zwaard te verdedigen. Ik mocht nooit zwichten voor enige pressie of beïnvloeding, hoe klein ook, in mijn werk. En eigenlijk ook niet in mijn privéleven.
Als iets niet deugt, deugt het ook niet als je het met zijn allen doet. Zo dacht mijn vader, ook al verbond hij daar voor zichzelf geen consequenties aan.
Dat verdedigde hij door te stellen dat hij een verantwoordelijkheid had voor zijn personeel.
Maar hij zou geweldig trots geweest zijn als hij zou kunnen beseffen waar het boek over hem werkelijk overgaat, daarvan ben ik overtuigd.
© 2008 alzheimermisbruik.nl | home